Als je de vorige blog las, weet je dat ik vroeger als verpleegkundige op spoedgevallen werkte. Ik wil jullie graag meenemen, een anekdote vertellen. Eentje die bewijst dat continue begeleiding echt een meerwaarde is.
Een rustige ochtend op spoed, na de routinecontroles van het materiaal krijg ik telefoon van de inschrijving "Kom je eens even kijken?". Ik haast me naar de inschrijvingsbalie want als deze dames vragen of ik kom kijken, is er meestal iets niet helemaal in de haak. Een man van vreemde origine komt met zijn vrouw in de rolstoel binnengereden. Zij met een dikke donsdeken rond zich. "Mijn vrouw heeft buikpijn" zegt hij tegen mij, terwijl zijn vrouw een kreun laat horen die van diep in de buik komt. Mijn gut-feeling zegt dat ik de deken moest wegtrekken want dat daar de bron van de oerkreet zit.
Onder de deken zit een 9 maanden zwanger buik verstopt! Ik zeg dat mevrouw gaat bevallen maar meneer houdt vol dat dit niet kan want dat ze pas voor binnen 3d is uitgeteld (spoiler: slechts 5% bevalt op de uitgerekende datum).
We laten deze vrouw plaatsnemen op de brancard van spoed. En de arts wil een vaginaal onderzoek doen om te kijken of het nog veilig is om de dame naar de verloskamer op het 3e verdiep te brengen. De vrouw heeft nagenoeg volledige ontsluiting en een intacte vruchtzak, haar weeën komen nog niet te vlot na elkaar. Hierdoor is de arts gerustgesteld en beslist om haar naar de verloskamer te brengen. Ik ga mee.
Daar aangekomen wordt mevrouw op het bed van de verloskamer geholpen. De routine-onderzoeken gebeuren, en daarna worden ze als koppel even alleen gelaten. Ik grijp mijn kans en vraag aan de vrouw of ik bij haar mag blijven tijdens de bevalling. Dit wil ze heel graag. Ze begrijpt niet heel goed wat er allemaal gezegd en gedaan wordt en heeft blijkbaar vertrouwen in mij, gezien ik heel de tijd bij haar was gebleven en meer uitleg gaf over wat de spoedarts wilde doen.
De vrouw vertelt dat het haar 5e kind is, dat ze vluchteling zijn en de taal niet goed spreken. Ze laat alles over zich komen en ondergaat het. Ik leg haar uit wat de vroedvrouwen vertelden: ze heeft bijna volledige ontsluiting, de vruchtzak van de baby is nog intact, maar de vroedvrouwen willen graag 30 min ctg-monitoring. Mevrouw protesteert: ze wil heel duidelijk geen band rond haar buik, ze vindt het té vervelend.
Ik vertaal haar wens naar de vroedvrouwen en bemiddel tussen beide partijen. We komen overeen dat de continue monitoring niet nodig is, maar ze willen wel graag af en toe met het toestel de harttonen van de baby controleren. Dit is mijn job. De weeën worden intenser en de laatste fase van de arbeid dringt zich aan. Mevrouw wil graag persen, maar gezien ze nog geen volledige ontsluiting heeft, mag dit volgens het protocol van het ziekenhuis nog niet. Mevrouw vertelt dat ze graag wil dat de vliezen worden gebroken, want dat is nodig om tot volledige ontsluiting te komen, vertelt ze. " Zo is het elke keer gegaan, ze moeten de vliezen breken en dan kan ik persen!". Dus ik ga opnieuw bespreken wat ze me net verteld heeft.
(Het breken van de vliezen is soms nuttig om inderdaad het laatste randje baarmoedermond weg te krijgen. Er komt dan meer druk van het hoofdje rechtstreeks op de baarmoedermond, dit zorgt voor extra aanmaak van oxytocine waardoor de weeën krachtiger worden.)
De vroedvrouwen doen dit liever niet. Het is niet in navolging van hun protocollen én bovendien is dat iets wat de gynaecoloog eerst moet evalueren. De dienstdoende gynaecoloog wordt opgebeld en komt niet veel later ter plaatse om mevrouw te onderzoeken. De stand van zaken is nog steeds dezelfde: bijna volledige ontsluiting, intacte vruchtzak. Hij stelt voor om een medicament te proberen alvorens de vliezen te breken. Dit medicament zou de baarmoederhals zachter maken en er voor kunnen zorgen dat de ontsluiting compleet wordt.
Dus, eerst medicatie, indien nodig nadien vliezen breken. Dit vertel ik opnieuw aan de vrouw.
Na het toedienen van de medicatie en het nodige wachten op eventueel resultaat, zucht mevrouw en zegt dat ze nu echt wil dat iemand de vliezen breekt! Gezien de arts dit als beleid opstelde, komt de vroedvrouw langs en breekt de vliezen. Enkele minuten later komen de weeën heel fel op gang. Ze perst enkele keren en bevalt dan van een prachtig meisje. Ik val een beetje van mijn roze wolk, want net wanneer de placenta zou komen, wordt ik gebeld door spoed, het is te druk en ik kan niet langer worden gemist. Ik neem afscheid van het koppel en de vrouw bedankt me (zo gek, want ik wilde háár net bedanken voor die mooie ervaring.). Ik ga naar de vroedvrouw en neem ook van haar afscheid en ook zij bedankt me, omdat ik heel de tijd bij de vrouw was gebleven, vertaalde, hielp waar het kon en zorgde dat mevrouw op haar gemak bleef.
Ik wil met dit verhaal graag aantonen hoe nuttig het kan zijn om continue begeleiding te hebben tijdens een bevalling. De vrouw liet in eerste instantie alles zomaar over zich komen, ze begreep niet wat er gebeurde en ging ervan uit dat niemand haar zou begrijpen als ze iets zou vragen. De vrouw kende haar lichaam goed, wist wat nodig was om de bevalling vlot te laten verlopen, maar miste haar stem een beetje. Die kon ik haar teruggeven. Door de uitleg die ik gaf, de vertalingen die ik tussendoor deed en de extra uitleg wanneer ze iets niet begreep, voelde ze zich sterk genoeg om toch haar 'geboorteplan' uit te voeren. Zowel zij als de vroedvrouw die de bevalling begeleidde waren blij dat ik er was, als tussenpersoon, als continue energie die de wisselwerking optimaliseerde.
Als doula wil ik precies dát betekenen voor vrouwen: rust, helderheid en aanwezigheid — net wanneer het telt.

.png?etag=W%2F%22bdc7f-1982c54f4f0%22&sourceContentType=image%2Fpng&ignoreAspectRatio&resize=150%2B150)
.png?etag=W%2F%227f69b-1986192a040%22&sourceContentType=image%2Fpng&ignoreAspectRatio&resize=119%2B119)